De Nederlandse kantorenmarkt kan terugkijken op een jaar waarin zowel de vraag naar als het aanbod van kantoren een positieve ontwikkeling te zien heeft gegeven. De totale opname van kantoorruimte ging in 2016 met circa 25% omhoog, terwijl het aanbod van leegstaande kantoren met 9% daalde. Mede onder invloed van de verbeterde marktomstandigheden werd vorig jaar ook meer in kantoren belegd dan in 2015. Een en ander blijkt uit nieuwe cijfers van NVM Business.

De verhoogde vraag naar kantoren in Nederland had vorig jaar tot resultaat dat op de vrije markt – eigenbouw niet meegerekend – circa 1,16 miljoen m2 kantoorruimte werd verhuurd en verkocht. Dat de vraag naar kantoren zich gunstig ontwikkelde, kwam onder meer doordat het herstel van de economie doorzette. Daarnaast speelde een rol dat als gevolg van veranderde kwaliteitseisen meer bedrijven ertoe overgingen hun bestaande huisvesting te verwisselen voor hoogwaardige kantoorruimte, veelal in combinatie met een betere bereikbaarheid per openbaar vervoer en meer voorzieningen. Behalve de totale afzet van kantoren steeg ook het aantal gerealiseerde huur- en kooptransacties. Ook het feit dat vorig jaar nogal wat grote transacties tot stand kwamen, droeg bij aan de verhoogde opname.

Hoewel de markt in zijn totaliteit een positief beeld opleverde, waren er geografisch gezien wel duidelijk tegengestelde tendensen waarneembaar. Wat daarbij opviel was dat met name de noordelijke provincies van ons land met een afnemende vraag werden geconfronteerd, terwijl in de Randstad de vraag naar kantoren sterk verbeterde. Overigens kon in de Randstad de grotere vraag naar kantoorruimte vooral op het conto van Amsterdam worden geschreven. In de hoofdstad steeg de afzet van kantoorruimte met 70% tot 383.000 m2.

Ook in Utrecht werd meer verhuurd dan het jaar ervoor. Daar stond echter tegenover dat in de stad Den Haag de kantorenmarkt genoegen moest nemen met een bescheiden opname, die zelfs ver onder het niveau van 2015 lag. De lagere afzet in Den Haag hield verband met een gebrek aan vraag van de overheid en het nagenoeg ontbreken van grote verhuurtransacties. De overheid was trouwens vorig jaar sowieso weinig actief op de verhuurmarkt. De vraag naar kantoorruimte in Nederland werd in hoofdzaak bepaald door de zakelijke dienstverlening, handel en industrie, en de automatiseringsbranche.

Doordat vorig jaar de vraag naar kantoorruimte vooral in de vier grote steden plaatsvond, nam de Randstad ongeveer 80% van het gerealiseerde transactievolume voor zijn rekening. Maar ondanks de grotere vraag naar kantoorruimte kwamen de huurprijzen niet of nauwelijks van hun plaats. Een van de weinige uitzonderingen was Amsterdam. Op enkele locaties in de hoofdstad, waaronder het centrum en de Zuidas, stegen de huurprijzen met minimaal 5% tot maximaal 15%.