De techniek ontwikkelt zich in een razendsnel tempo, wetgevers stellen steeds hogere eisen en ondertussen veranderen de machtsverhoudingen in de bouwkolom. Waar de Technisch Facility Manager ooit kon bogen op een overzichtelijk speelveld, ziet hij zich nu geconfronteerd met een rap veranderende en veeleisende wereld. In deze overgangsperiode wil klimatiseringsspecialist Stulz een steunpilaar zijn, ook voor minder technisch onderlegde partners. “Als Duits familiebedrijf weten we wat er leeft in de markt en hoe we op een laagdrempelige wijze onze kennis kunnen delen.”

Zijn vader gaf hem het laatste zetje. Toen Carlo Brouwer de knoop moest doorhakken over een vervolgopleiding, was de keuze snel gemaakt. “In de techniek valt altijd wel een boterham te verdienen”, tipte Brouwer Sr. Hij was zelf boordwerktuigkundige. Junior doorliep de MTS en HTS, volgde een studie Bedrijfskunde en kwam via verschillende bedrijven in de technische sector uiteindelijk terecht in de installatiebranche. De 53-jarige staat nu sinds 2011 aan het roer bij de Stulz Groep, een Duitse binnenklimaatspecialist die internationaal opereert. Het bedrijf telt 48 medewerkers in Nederland. Ze houden zich voornamelijk bezig met oplossingen voor precisie- en comfortkoeling.

“Booming”

Volgens Brouwer trekt de markt weer aan sinds medio 2015. Vooral datacenters weten de weg naar de klimatiseringsspecialist te vinden. “Die sector is booming, logisch eigenlijk. We zitten op een knooppunt van dataverkeer in Europa

Retail en Zorg

Aan de andere kant van het spectrum zit de Retail, “lange tijd een zorgenkindje”. Brouwer ziet grote verschillen tussen formules die sneuvelen, denk aan de V&D ’s en Miss Etam’s en ketens die zichzelf heruitvinden om aantrekkelijk te blijven voor de klant. Energiebesparing en andere klimatiseringsoplossingen maken daarbij ook vaak deel uit van het totaalpakket. Tussen deze twee uitersten in, zit de Zorg. “Er wordt wel geïnvesteerd, maar veel minder dan vroeger. Al jarenlang zijn instellingen aan het centraliseren, ze stoten vastgoed af. Begrijpelijk in verband met de overhead, maar voor de patiënten een nadeel omdat de afstanden steeds groter worden.”

Oplossingen

Energiezuinige oplossingen voor vrije koeling vinden gretig aftrek. En warmtepompen ook. Stulz heeft zich enige tijd geleden met succes gestort op deze markt. Door alle subsidieregelingen is het een stuk aantrekkelijker geworden om een warmtepomp aan te schaffen, legt Brouwer uit. Hij voorspelt dat de markt stevig zal doorgroeien. Evenals de vraag naar nieuwe integrale duurzame systeemoplossingen overigens.

Investeringsbereidheid

Hoewel we economisch gezien weer de wind mee hebben, is het niet allemaal rozengeur en maneschijn, vertelt Brouwer. Hij somt een aantal terugkerende uitdagingen op. De eerste heeft betrekking op de investeringsbereidheid van klanten. “Ze kiezen nog steeds vaak voor de goedkoopste oplossing, terwijl ze vergeten de Life Cycle Costs mee te nemen. Zo zijn ze uiteindelijk duurder uit, dan als ze in het begin wat meer geld hadden neergeteld voor een energie-efficiënte oplossing. Voor ons zo klaar als een klontje, maar overtuig je klant er maar eens van.”

Carlo Brouwer: Een nieuwe trend in datacenters is het gebruik van Cyber MDC’s. Deze bestaan uit een serverrack, voorzien van koeling, UPS, brandblussing, monitoring en zijn uitbreidbaar naar 2 en/of 3 racks. Dit geeft de mogelijkheid om ruimtes waar geen infrastructuur aanwezig is toch te gebruiken als (tijdelijke) serverruimte.

Geluid en bestekken

Ook de geluidsproductie van installaties blijft een bron van zorg. In de laatste versie van het Bouwbesluit zijn de eisen aangescherpt. Fabrikanten, adviseurs en installateurs moeten daarmee rekening houden. Bijvoorbeeld door de compressors van warmtepompen en chillers goed te isoleren. “Zoals dat onder andere is gedaan bij onze Remco-warmtepompen.” Een derde terugkerende uitdaging heeft te maken met de formulering en interpretatie van bestekken. “Ik zie nog te vaak bestekschrijvers in hun teksten naar bepaalde oplossingen toeschrijven. Dat belemmert vrije marktwerking. Ik zou graag zien dat opdrachtgevers zelf meer op onderzoek uitgaan om te achterhalen wat de markt te bieden heeft.” Anders gaan ze ook te snel akkoord met suboptimale oplossingen. “Zoals die goedkope split-units, die worden opgehangen in serverruimtes van bedrijven. Daar zijn ze totaal ongeschikt voor, want ze ontvochtigen de lucht terwijl je juist water nodig hebt als energiedrager. Het gevolg: de installateur moet bevochtiging gaan aanbrengen. Inefficiënt en je energierekening schiet omhoog.”

Prestatiecontracten

Om dergelijk gerommel te voorkomen heeft de markt een effectieve oplossing, zegt Brouwer: prestatiecontracten. Op het moment dat aannemende partijen zelf verantwoordelijk worden voor beheer en onderhoud, zullen ze al bij de aanleg zoveel mogelijk letten op de kwaliteit van oplossingen. Brouwer’s conclusie: “Er zijn regels en duidelijke afspraken nodig om de bouwkolom in de juiste richting te duwen.”

 Samenwerking

Het kwam al ter sprake in het intro van dit artikel; de samenwerking tussen spelers in de bouwkolom verandert. “Vroeger was de fabrikant de hekkensluiter van de bouwketen. Aannemers klopten pas bij hem aan als ze hun oplossingen gingen inkopen. We zien nu een kentering optreden”, vertelt Brouwer. “Door de hoge ambities op het gebied van verduurzaming, het groeiende installatiequote in gebouwen en de enorme verscheidenheid aan oplossingen wordt het steeds belangrijker om systemen goed op elkaar te laten afstemmen. Fabrikanten vervullen een sleutelrol in dat proces, vandaar dat we nu al vaak in de ontwerpfase mogen aanschuiven om onze input te geven.”


Technisch Facility Management

Zo komt de fabrikant ook eerder rechtstreeks in contact met opdrachtgevers en hun Technisch Facility Management afdelingen. Dat vraagt om een geheel andere manier van communiceren. Installateurs en adviseurs zijn primair op zoek naar technische informatie. Technisch Facility Managers zijn dikwijls de schakel tussen externe partijen en het technisch beheer. Ze willen wel globaal inzicht hebben in trends en oplossingen, maar hoeven niet alle technische details te kennen. “Als fabrikant moet je dus je boodschap op een laagdrempelige wijze zien over te brengen. Vanwege die reden hebben we ons als Stulz ook ontfermd over het klimaatdossier op Gebouwtechniek.nl. Wij weten als Duits bedrijf hoe we op een voor iedereen toegankelijke en degelijk onderbouwde wijze onze kennis kunnen delen.”

Informatievoorziening

Net zoals de rol van de fabrikant binnen de bouwkolom verandert, geldt dat ook voor de Technisch Facility Manager. Hij moet meer dan ooit goed geïnformeerd zijn over het samenspel tussen Bouwkunde en Installatietechniek. “De kleinste wijziging in de ruimtelijke configuratie kan al verstorend werken. Denk maar aan de gevolgen die het verschuiven van een binnenwandje soms heeft voor de energieprestatie van een gebouw of de ventilatievoud en daarmee het binnencomfort.”

Installateurs en adviseurs

Om invulling te geven aan de binnenklimaat- en energetische ambities van zijn opdrachtgever, zal de Technisch Facility Manager meer gaan leunen op adviseurs en installateurs. Door het verstrekken van prestatiecontracten, geeft hij de installateur een extra bron van inkomsten, terwijl hij tegelijkertijd garanties krijgt dat er ook daadwerkelijk wordt geboden, wat er is beloofd. Daar kleven wel consequenties aan voor installateurs. “Ze zullen nadrukkelijker hun stempel gaan drukken op de ontwerp-, realisatie en exploitatiefase. Logisch, want zij worden eindverantwoordelijk en willen geen oplossingen die niet naar behoren presteren.” Een en ander leidt ertoe, dat bijvoorbeeld in de Zorg installateurs al regelmatig de leiding van de bouwopgave naar zich toe trekken en architecten en adviseurs als onderaannemers voor zich laten werken. Brouwer verwacht dat die trend bouwbreed doorzet.

Toekomst

Voor de adviseur breken daarmee spannende tijden aan. Waar hij vroeger het totaaloverzicht had en een onafhankelijke raadsman was van de opdrachtgever, wordt hij nu een vakspecialist die werkt voor opdrachtgevers en installateurs. Dat is wennen. En de eindgebruiker? Die zal profijt hebben van alle veranderingen, verwacht Brouwer. “We gaan naar een all-electric maatschappij toe met plug & play oplossingen. Interfaces worden gebruiksvriendelijker, voice control zal de boventoon gaan voeren. De gedreven vakman wrijft zich nog eens in de handen. “Techniek is continu in beweging en weet je, dat maakt mijn werk nou zo boeiend.” 

Contact

Weverij 7

1185 ZE AMSTELVEEN

Tel: (0)20-545 11 11

Website: www.stulz.nl


Koudemiddelen

Warmtepompen, chillers, airco split-units, ze gebruiken allemaal koudemiddelen om thermische energie te transporteren. Waar Technisch facility Managers vroeger slechts in beperkte mate te maken kregen met installatietechniek, ontkomen ze er nu niet meer aan. Eindgebruikers en opdrachtgevers worden zich steeds meer bewust van het belang van een goed binnenklimaat. En ze schroeven hun eisen op. Om daaraan tegemoet te komen, zijn installatietechnische oplossingen nodig. In vrijwel alle klimatiseringsapparatuur zit een koudemiddel. Voorstanders van natuurlijke koudemiddelen pleiten, vanuit milieutechnische overwegingen, al jarenlang voor het gebruik van propaan, ammoniak, kooldioxide en andere natuurlijke gassen. Aan de andere kant van het spectrum zitten de fabrikanten die liever inzetten op chemische koudemiddelen. Ze wijzen er op dat er milieuvriendelijke en energiezuinige alternatieven worden ontwikkeld en oude varianten zoals R407C en R410A worden uitgefaseerd.  Stulz verwacht dat geen van beide partijen definitief de overhand zal krijgen. “We krijgen een breed palet aan oplossingen, waarbij afhankelijk van de situatie het juiste koudemiddel zal worden geselecteerd”, zegt Brouwer. “Tegelijkertijd komen er ook systemen op de markt die zowel op natuurlijke als chemische koudemiddelen kunnen draaien.” Technisch facility Managers mogen dus opgelucht adem halen. In de toekomst blijven beide varianten in gebruik, grootscheepse vervangingsinvesteringen om opdrachtgever voor te bereiden op een tijd met alleen maar natuurlijke of chemische koudemiddelen zijn dus overbodig.