stadsverwarmingAlklima heeft afgelopen week melding gemaakt bij de Autoriteit Consument & Markt van mogelijke oneerlijke concurrentie. De gemeente Utrecht heeft namelijk stadsverwarming van Eneco geaccepteerd met een beduidend lager rendement dan aanvankelijk was beloofd. Ondertussen zijn leveranciers van andere duurzame alternatieven buitengesloten, waardoor de marktwerking is verstoord, aldus Alklima. Zowel Eneco als de gemeente trekken in een reactie het boetekleed aan. Maar is hiermee de kous af?
Eneco moest vorige jaar al door het stof. In een brief aan de gemeente liet de energiereus weten dat de nieuwe stadsverwarming niet het beloofde opwekrendement van 177% zou gaan halen. De oorzaak: een nieuwe inkoopstrategie van Eneco. Die brief kwam pas na veel omzwervingen terecht op het bureau van de juiste ambtenaar. Toch was dit aanvankelijk geen reden voor de gemeente om stappen te ondernemen. Door een inschattingsfout van de betrokken ambtenaar, aldus de gemeente Utrecht, werden nog 9 maanden lang bouwaanvragen goedgekeurd. In de wijk Leidsche Rijn zijn hier nu 240 woningen de dupe van. De stadsverwarming behaalt namelijk een opwekrendement dat tientallen procenten lager ligt dan oorspronkelijk was afgesproken.

Twee maten
Alklima, exclusief importeur van Mitsubishi Electric klimaatsystemen, meent dat de gemeente deze misstap had kunnen voorkomen door een andere vorm van verwarming te kiezen. Alleen “leveranciers van verwarmingssystemen die wel hun prestatiewaarden op orde hebben, zijn niet eens tot dit speelveld toegelaten.” Volgens Alklima “meet de gemeente met twee maten. Het lijkt wel of ze willens en wetens een oogje toe knijpen.” Vandaar ook dat de leverancier aan de bel heeft getrokken en de Autoriteit Consument & Markt is ingeschakeld.

Open voor alternatieven
In een reactie laat de gemeente Utrecht weten inmiddels “het beloofde rendement waar mee dient te worden gewerkt bij nieuw te bouwen woningen op 110% te stellen. Hoewel het milieurendement van stadsverwarming hiermee concurrerend blijft ten opzichte van conventionele opties, zoals Cv-ketels is dit dus lager dan verwacht. Daardoor komen ook andere gelijkwaardige, meer duurzame alternatieven in beeld. Bijvoorbeeld warmtepompen. De gemeente is van oordeel dat deze alternatieven in plaats van stadsverwarming moeten kunnen worden toegepast. We gaan met Eneco in gesprek om de intentieovereenkomst op dit punt aan te passen waardoor de verplichte aansluiting op stadsverwarming die geldt voor ontwikkellocaties in Leidsche Rijn komt te vervallen.”

Rendement opkrikken
Eneco lijkt nu te kiezen voor een nieuwe aanpak. De energieleverancier wil best moeite doen om het opwekkingsrendement van de stadsverwarming te verhogen. “Bijvoorbeeld door bioketels in te zetten.” De benodigde financiën daarvoor, zou Eneco dan zelf ophoesten.  Voor de rest wil de energieleverancier weinig kwijt over de kwestie en wordt er voortdurend doorverwezen naar de gemeente Utrecht.

Vervolg
Zowel de gemeente Utrecht als Eneco zijn op hun schreden zijn teruggekeerd. Toch wil Alklima het hier niet bij laten zitten. “Het feit dat er door de gemeente Utrecht, op zeer korte termijn, wordt beaamd dat het tot stand komen van de overeenkomst op deze manier niet juist is, sterkt ons doorzettingsvermogen op dit vlak. Tevens bevestigt het onze zorgen en sterkt het ons in onze visie op een gelijk speelveld voor iedereen en duurzame ontwikkeling van de stedelijke gebieden. Wij hebben dit nog in onderzoek en verdere berichtgeving zal volgen.”