Op initiatief van FME en Energie Nederland kwamen eind februari ruim 30 experts bij elkaar om te bespreken hoe barrières uit de weg kunnen worden gehaald, die energiebesparingsprojecten bij (energie-intensieve) bedrijven hinderen. Uit onderzoek van FME blijkt dat van de besparingsprojecten met een terugverdientijd tussen de 2,5 en 5 jaar negentig procent niet wordt uitgevoerd. Dat is opmerkelijk omdat de projecten maatschappelijke en economisch gezien zeer rendabel zijn.

Tijdens de bijeenkomst werden drie praktijkvoorbeelden getoond hoe het anders zou kunnen. Ook werd vanuit de zijde van de overheid uitleg gegeven over NL-Invest en de daaraan gekoppelde Energie Transitie Faciliteit. De laatste faciliteit maakt het mogelijk om – direct over via fondsen – het eigen vermogen van systeem- en technologieleveranciers te versterken zodat meer projecten via een vorm van ‘servitization’ (het aanbieden van een kapitaalgoed als dienst) aangeboden kunnen worden.

Een belangrijke barrière wordt gevormd door de manier waarop projecten worden gefinancierd. Grote projecten komen vaak ten laste van het investeringsbudget en hebben daarmee direct invloed op de financiële ratio’s van het bedrijf. Door de financiering elders in de waardeketen te plaatsen en de investering aan te bieden als dienst kan dit worden voorkomen. Tegelijk heeft deze werkwijze ook beperkingen en is voor een succesvolle toepassing van deze alternatieve methode een goede regie in de waardeketen noodzakelijk. Deze ontbreekt in de meeste gevallen.

In diverse werkgroepen is een inventarisatie gemaakt van de uitdagingen op basis waarvan in de komende maanden een model aanpak zal worden ontwikkeld.

De experts die deelnamen aan de bijeenkomst kwamen uit de technologische industrie, energiebedrijven, energie-intensieve industrie en financiële wereld (banken en private equity).

[Bron: FME]