ministerkampBedrijven zullen worden verplicht om inzicht te geven in de belangrijkste besparingsmogelijkheden met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. Bedrijven in het MEE-convenant worden verplicht om deze maatregelen te nemen; slechts met gegronde reden mogen zij hiervan afzien. Dat schrijft minister Kamp (EZ) in zijn brief aan de Tweede Kamer over de voortgang ten aanzien van energie-efficiëntie in de industrie.

Energiebesparing is een belangrijke pijler van het klimaatbeleid voor het terugdringen van de CO2-uitstoot met 80-95 procent in 2050. Dit jaar worden de nieuwe energie-efficiëntieplannen (EEP) door de convenantbedrijven opgesteld voor de komende vier jaar. In het EEP voert een bedrijf ‘zekere’ maatregelen op: veelal rendabele maatregelen waarbij geen sprake is van een technische, economische en/of organisatorische uitvoeringsbelemmering. Het totaal aan zekere maatregelen vormt de ‘minimale voorgenomen besparing’. Daarnaast kan een bedrijf ook ‘voorwaardelijke’ maatregelen opnemen, waarbij wel sprake is van belemmeringen. Samen met de zekere maatregelen vormen deze de ‘maximale voorgenomen besparing’. Als de ingediende EEP wordt goedgekeurd middels een voortgangsverklaring heeft een bedrijf recht op teruggaaf van energiebelasting en mogelijk compensatie van indirecte emissiekosten.

De minister concludeert dat de gemiddelde resultaten over de gehele convenantperiode –  die in 2020 afloopt – aansluiten bij de ambitie van de convenanten. De convenanten MEE (108 ETS-bedrijven in 7 sectoren) en MJA-3 (989 non-ETS bedrijven in 33 sectoren) vertegenwoordigen zo’n 80 procent van het industriële energiegebruik in Nederland. Sinds de start van de huidige convenanten is 99,8 PJ bespaard. Over 2015 heeft  97 procent van de convenantbedrijven een EEP-voortgangsverklaring ontvangen omdat  de daarin opgenomen plannen zijn gerealiseerd en de bedrijven voldoen aan de eigen langjarige ambitie.

Toch is de minister niet tevreden omdat de resultaten over 2015 met 40 procent zijn teruggelopen t.o.v. 2014 en 50 procent t.o.v. 2013. Hij gaat dan ook voor de periode 2017-2020 de eisen aan het EEP uitbreiden binnen de convenanten. MEE-bedrijven worden verplicht gesteld inzicht te geven in de belangrijkste besparingsmogelijkheden op basis van de best beschikbare technologieën en met een terugverdientijd kleiner dan of gelijk aan vijf jaar. MEE-bedrijven mogen alleen met een gegronde reden afzien van het nemen van deze besparingsmaatregelen. Bij de beoordeling van de te nemen maatregelen betrekt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland de individuele omstandigheden van het bedrijf