Laboratoriunopstelling

In Attendorn (Duitsland) beschikt Viega over een laboratoriumopstelling waarin zeta-waarden van fittingen in leidingwaterinstallaties betrouwbaar en nauwkeurig kunnen worden gemeten

Een (leidingwater)installatie is vaak te vergelijken met een lastig formule 1-parcours, waarin rechte stukken worden afgewisseld met chicanes en haakse bochten. Je hoeft geen Max Verstappen te zijn om te weten dat de snelheid in zo’n haakse bocht drastisch wordt verlaagd. Datzelfde geldt voor installaties waar haakse fittingen voor een forse verhoging van de weerstand zorgen. Weerstand die drukval veroorzaakt. In hoeverre dat drukverlies als storend wordt ervaren, hangt af van het ontwerp van de installatie. En juist daar is de installateur nauw bij betrokken. Tijd voor het betere bochtenwerk.

Drukverliezen in installaties zijn voor installateurs een bekend fenomeen. Voor velen geldt als stelregel: hoe groter de installatie, hoe groter de drukverliezen. Die stelregel is waar, maar ook in kleinere installaties kunnen de drukverliezen oplopen. Vernauwingen in de fittingen zijn daar vaak de oorzaak van. Vernauwingen die bovendien per leidingsysteem en per materiaalsoort kunnen verschillen. Reden om juist bij het ontwerp van (leidingwater)installaties uit te gaan van de reële weerstandswaarden. Dat is ook wat de regelgeving van de vernieuwde NEN 1006 nastreeft. De

fabrikant van fittingen krijgt daarbij een belangrijke rol: die zou per slot van rekening moeten weten wat de reële weerstand van zijn fittingen bij een bepaalde stroomsnelheid is. Daarbij moet wel op een aantal zaken worden gelet. Verderop in dit artikel wordt daarop ingegaan. We beginnen met de achtergronden van de drukverliezen.

Verder naar pagina 2 van 3