Er is een trend naar conceptueel en modulair bouwen binnen de bouw- en installatiesector en de bouwplaats wordt steeds meer een montageplaats. Dit gaat niet ten koste van het unieke karakter. Het blijkt namelijk dat er gelijktijdig een trend is naar meer maatwerkproducten in plaats van naar massaproductie. Dit blijkt uit onderzoek van USP Marketing Consultancy onder 700 bouwprofessionals. De bouwplaats wordt steeds meer een montageplaats. Minimaal tweederde van de architecten, aannemers B&U, klusbedrijven, handelaren en aannemers GWW is deze mening toegedaan. Bij de installateurs en de afbouwers is wel een meerderheid te vinden die dit ook vindt, maar hier zijn ook de meeste bedrijven te vinden die het niet eens zijn met de stelling, respectievelijk 18% en 28%.

Een trend die nauw samenhangt, maar niet 1-op-1 verbonden is aan de veranderende bouwplaats, is die van conceptueel en modulair bouwen. Dit proces kan nog tot aan de tekentafel teruggevoerd worden, daar waar het (af)monteren op de bouwplaats ook pas vanaf de productiefase kan worden ingezet. Circa de helft van elke marktpartij – en met name de handelaren – bevestigt de trend van conceptueel en modulair bouwen. Dit is iets lager dan de veranderende bouwplaats, maar desalniettemin een grote groep bedrijven.

Men zou kunnen denken dat prefabriceren en afmonteren op de bouwplaats leidt tot massaproductie en veel vergelijkbare producten. Niets is minder waar: ruim tweederde van de bouwprofessionals ziet namelijk juist een trend naar maatwerk producten in plaats van massaproductie. Wat echter minder valt te rijmen met de toenemende trend van afmonteren is dat er minder voorstanders zijn te vinden van aanbieders voor totaaloplossingen. Men zou verwachten dat door prefabricage meer ruimte ontstaat voor totaaloplossingen (en die monteren) in plaats van losse producten (en die op bouwplaats toepassen). De meeste voorstanders van totaaloplossingen zijn te vinden bij enerzijds de aannemers (B&U en GWW) en de handelaren. Anderzijds geven ook de grotere bedrijven aan de voorkeur te geven aan totaaloplossingen boven losse producten. Dit geldt met name voor de bedrijven met 20 man of meer personeel en in iets minder mate voor de groep bedrijven met 10 tot 19 man personeel.