ziekenhuisUit cijfers van internationaal vastgoedadviseur CBRE blijkt dat het beleggingsvolume in de Nederlandse zorgvastgoedsector fors groeit. Commerciële beleggers kochten de eerste helft van dit jaar voor 241 miljoen aan Nederlands zorgvastgoed. De groei heeft de verschillende redenen volgens vastgoedadviseur. Er komen steeds meer actieve beleggers die hun portefeuille met zorgvastgoed verder willen uitbreiden. Circa 32 procent van het beleggingsvolume is afkomstig van nieuwe binnenlandse- en buitenlandse toetreders op de Nederlandse zorgvastgoed beleggingsmarkt. Verder is er een aanzienlijke toename van het aantal particuliere beleggers en zorgfondsen dat zich meer is gaan focussen op het aankopen van zorgvastgoed. Circa 59 procent van het vastgoed werd verkocht door zorginstellingen. De overige 41 procent door ontwikkelaars of woningcorporaties. Het beleggingsvolume in het particuliere woonzorgsegment is verviervoudigd ten opzichte van het volume in geheel 2015. Het volume aan beleggingen in de intramurale woonzorg heeft een verdubbeling laten zien ten opzichte van het beleggingsvolume in geheel 2015. De bruto aanvangsrendementen voor de verschillende typen zorgvastgoed zijn gedaald; een trend waarvan CBRE verwacht dat deze zich de komende jaren zal doorzetten.
Vanaf 1 januari 2017 wordt tijdelijk verblijf in een zorghotel of verpleeghuis vergoed door de basisverzekering van zorgverzekeraars. Dit zal gunstig zijn voor de exploitatie van de instellingen. Het grootste deel van de zorginstellingen is optimistisch gestemd over de financiële ruimte voor 2017. Zij verwacht dat de omzet komend jaar gelijk blijft of zal stijgen. Meer dan de helft van het aantal gemeenten verwacht in 2020 een tekort aan seniorenwoningen. Andere trend is dat er steeds vaker een clustering plaats van verschillende zorgfuncties op een locatie.
Door de toenemende belangstelling van beleggers dalen de bruto aanvangsrendementen voor de verschillende typen zorgvastgoed. De sterkste dalingen zijn bij eerstelijns zorgvastgoed, reguliere zorgappartementen en particuliere woonzorg. Reguliere zorgappartementen hebben met 4,75 procent (was 5,25 procent in 2015) het laagste aanvangsrendement. Daarna volgen eerstelijnszorgvastgoed met 6,25 procent (was 6,75 procent), particuliere woonzorg met eveneens 6,25 procent (6,75 procent) en tweedelijns zorgvastgoed met 7 procent (was 7,25 procent). Bij deze becijfering is uitgegaan van een vijftienjarig huurcontract met een solvabele huurder in een nieuw object op een goede locatie.